Gezondheidsmonitor
3 gezonde levensverwachting.svg

Deze tekst beschrijft eerst het totaal aantal sterfgevallen en de gestandaardiseerde sterfte in Den Haag. Daarna wordt de sterftekans naar etnische afkomst beschreven. Vervolgens komen de belangrijkste doodsoorzaken, het aantal schouwen en de niet-natuurlijke doodsoorzaken aan bod. De tekst sluit af met perinatale sterfte. De informatie is afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de afdeling Forensische Geneeskunde van de GGD Haaglanden en Perined.

Alle leeftijden

In 2017 waren er 4156 sterfgevallen in Den Haag

In 2017 overleden in Den Haag 4156 personen: 1923 mannen en 2233 vrouwen. Dit komt overeen met 7,3 sterfgevallen per 1.000 mannen en 8,4 sterfgevallen per 1.000 vrouwen. Landelijk gezien was de sterfte in 2017 8,5 per 1.000 mannen en 9 per 1.000 vrouwen.

In figuur 1 staat de gestandaardiseerde sterfte per 1.000 weergegeven voor mannen en vrouwen voor de periode 2012-2017 voor Den Haag en Nederland. Het sterftecijfer in Den Haag is hoger dan in Nederland, zowel voor mannen als vrouwen. Zowel in Den Haag als landelijk is het patroon te zien dat het gestandaardiseerde sterftecijfer hoger is bij vrouwen dan bij mannen.2

Figuur 1. Gestandaardiseerde sterfte per 1.000 naar geslacht. Den Haag en Nederland, 2012-2017.
DH_3.2_Sterfte_f1

In vergelijking met de andere 3 grote steden in Nederland, is het gestandaardiseerde sterftecijfer in den Haag hoger dan in Amsterdam en Utrecht, maar lager dan in Rotterdam (Tabel 1).

Tabel 1. Gestandaardiseerde sterfte per 1.000 naar geslacht. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nederland, 2017.
DH_3.2_Sterfte_t1

Sterftekans is bij alle etnische groepen lager dan onder Hagenaars van Nederlandse afkomst, behalve bij Surinaamse mannen

In figuur 2 is te zien dat alleen onder mannen van Surinaamse afkomst de Standardized Mortality Rate (SMR) iets hoger is dan 100 in de periode 2008-2017. Dit houdt in dat alleen onder Surinaamse mannen de sterftekans hoger is dan onder Haagse mannen van Nederlandse afkomst. De overige groepen hebben een lagere sterftekans dan Haagse mannen van Nederlandse afkomst. De sterftekans is het laagst onder mannen van overig niet-westerse afkomst. Ook voor vrouwen geldt dat de sterftekans het laagst is onder vrouwen van overig niet-westerse afkomst; de sterftekans is het hoogst onder vrouwen van overig westerse afkomst.5 Ten opzichte van de periode 1998-2007 is er weinig verandering in dit patroon (gegevens hier niet weergegeven).5

Figuur 2. Standardized Mortality Ratio (SMR) naar geslacht en etnische afkomst (sterfte onder Hagenaars van Nederlandse afkomst =100), Den Haag 2008-2017.
DH Sterfte F2

In figuur 3 en 4 is de sterftekans naar etnische afkomst per leeftijdscategorie weergegeven voor mannen en vrouwen. Overall is het beeld dat de sterftekans voor de meeste etnische groepen hoger is op jonge leeftijd dan voor Hagenaars van Nederlandse afkomst en lager op oudere leeftijd. In Den Haag hebben Surinaamse mannen onder de 65 jaar een hogere sterftekans dan mannen van Nederlandse afkomst. Antilliaanse mannen hebben onder de 50 jaar een hogere sterftekans en Marokkaanse mannen onder de 35 jaar. Mannen van Turkse en overig Westerse afkomst hebben alleen in de jongste leeftijdscategorie (18 jaar of jonger) een hogere sterftekans dan mannen van Nederlandse afkomst.5

Figuur 3. Standardized Mortality Ratio (SMR) voor mannen naar leeftijd en etnische afkomst (sterfte onder Haagse mannen van Nederlandse afkomst =100) , Den Haag 2008-2017.
DH Sterfte F3

Voor Surinaamse, Antilliaanse en overig Westerse vrouwen geldt dat de sterftekans hoger is dan die voor vrouwen van Nederlandse afkomst onder de 35 jaar (figuur 4). Voor Turkse en Marokkaanse vrouwen geldt dat de sterftekans alleen hoger is in de jongste leeftijdsgroep (18 jaar of jonger). Op hogere leeftijd is de sterftekans lager dan voor Haagse vrouwen van Nederlandse afkomst.

Ook hier geldt dat er weinig verandering is in dit patroon ten opzichte van 1998-2007 (gegevens hier niet weergegeven).5

Figuur 4. Standardized Mortality Ratio (SMR) voor vrouwen naar leeftijd en etnische afkomst (sterfte onder Haagse vrouwen van Nederlandse afkomst =100), Den Haag 2008-2017.
DH Sterfte F4

Het is verrassend dat Hagenaars van niet-Nederlandse afkomst ondanks hun in het algemeen slechtere sociaal-economische positie en hogere morbiditeit een lagere sterftekans hebben. Dit is een internationaal bekend fenomeen en er worden verschillende verklaringen voor genoemd in de literatuur. Een veelgenoemde verklaring is de ‘healthy migrant’-theorie. Deze theorie gaat er van uit dat vooral gezonde migranten naar Nederland zijn gekomen en dit zou de lagere sterftekans kunnen verklaren. Ten tweede wordt genoemd dat mogelijk de minder gezonde en minder aangepaste migranten zijn teruggekeerd naar het land van herkomst, waardoor er een gezonde selectie over is gebleven in Nederland. Een derde theorie gaat uit van een verschil in timing tussen gunstige en ongunstige gezondheidseffecten van migratie: de gezondheidsvoordelen van migratie naar Nederland (o.a. toegang tot betere gezondheidszorg) manifesteren zich eerder dan gezondheidsnadelen (bijv. ongunstigere leefstijl) en overheersen nu nog, maar de verwachting is wel dat er een omslag zal plaatsvinden in de toekomst.6-8 Verder onderzoek naar dit thema blijft nodig en de mogelijkheden voor verder onderzoek worden momenteel verkend.

De meeste mensen in Den Haag overleden in 2017 aan nieuwvormingena

De aandoeningen waar de meeste mensen in Den Haag aan zijn overleden in 2017 zijn nieuwvormingen (28% van de sterfgevallen), ziekten van hart- en vaatstelsel (24%) en ziekten van het ademhalingsstelsel (9%). In Nederland werd in 2017 respectievelijk 31%, 25% en 9% van de sterfgevallen door deze aandoeningen veroorzaakt.9

a Ziekelijke weefselontaarding. Er worden zowel goedaardige als kwaadaardige gezwellen (kanker), inclusief kwaadaardige bloedziekten onder verstaan.

In Den Haag heeft 5% van de sterfgevallen een niet-natuurlijke doodsoorzaak

Uit de doodsoorzaken statistieken van het CBS blijkt dat in 2017 5,4% van de sterfgevallen onder inwoners van Den Haag het gevolg was van een niet-natuurlijke doodsoorzaak, zoals een ongeval, zelfdoding, moord of doodslag en andere uitwendige oorzaken van sterfte. Landelijk en voor de regio Haaglanden ligt dit percentage op 5,3%.10,11

In figuur 5 is het aantal schouwen naar doodsoorzaak weergegeven over de periode 2013-2017 voor de regio Haaglanden. Hieruit blijkt dat het totaal aantal schouwen in 2016 en 2017 hoger is dan in voorgaande jaren. Het aantal schouwen bij een niet-natuurlijke doodsoorzaak neemt vanaf 2014 ieder jaar iets toe. Voor euthanasie is het aantal schouwen in zowel 2016 als 2017 hoger dan in de voorgaande jaren. Voor natuurlijk overlijden is geen duidelijke trend zichtbaar. In de periode 2013-2017 werden er gemiddeld 1027 schouwen per jaar uitgevoerd in de regio Haaglanden, waarvan gemiddeld 575 per jaar in Den Haag.3

Figuur 2. Aantal schouwen naar doodsoorzaak. Haaglanden, 2013-2017.
DH Sterfte F5

Rondom geboorte

Perinatale sterfte en morbiditeit zijn in Den Haag hoger dan landelijk

In Den Haag was de gemiddelde perinatale sterfte in de periode 2013-2017 4,8 per 1.000 geboorten. Landelijk lag dit gemiddelde op 4,2 per 1.000 geboorten in deze periode. Voor de BIG2 geldt dat dit voorkwam bij 19,6 van de 100 levendgeborenen in de periode 2013-2017 in Den Haag. Landelijk was dit bij 16,8 per 100 levendgeborenen.4

Perinatale sterfte en morbiditeit zijn hoger bij vrouwen van niet-westerse afkomst en in lage SES-wijken

In 2016 zijn de cijfers voor perinatale sterfte en morbiditeit uitgesplitst naar etnische herkomst, stadsdeel en drie gebieden op basis van sociaaleconomische status.8 In dit onderzoek is een andere definitie voor foetale en perinatale sterfte gebruikt dan in de voorgaande alinea; er is gekeken naar doodgeboorten na minstens 22 weken zwangerschap in plaats van 24 weken en zijn de cijfers voor 2009-2014 gebruikt. In de periode 2009-2014 was de totale perinatale sterfte voor Den Haag 8,6 per 1.000 geboorten en 16,6 per 100 levendgeborenen voor perinatale morbiditeit (BIG2). Perinatale sterfte was in deze periode hoger bij vrouwen van niet-westerse herkomst dan bij vrouwen van westerse herkomst (tabel 2). Onder de niet-westerse vrouwen was perinatale sterfte vooral hoog onder vrouwen van Creoolse en Hindostaanse herkomst. Hetzelfde beeld was te zien voor perinatale morbiditeit (BIG2).

Tabel 2. Perinatale sterfte en morbiditeit naar etnische afkomst, Den Haag 2009-2014
DH Sterfte T2

Perinatale sterfte is het hoogst in het stadsdeel Escamp en het laagst in Scheveningen. Voor perinatale morbiditeit geldt dat deze het hoogst is in Laak en het laagst in Scheveningen (figuur 6).

Figuur 6. Perinatale sterfte en morbiditeit (BIG 2) naar stadsdeel, Den Haag 2009-2014
DH Sterfte F6

Voor dit onderzoek werd Den Haag opgedeeld in drie gebieden op basis van de viercijferige postcode en de achterstandsscore: hoge SES-wijken, overgangswijken en lage SES-wijken. In figuur 7 staat deze indeling gepresenteerd en in tabel 3 de cijfers voor perinatale sterfte en morbiditeit voor de verschillende gebieden. Te zien is dat perinatale sterfte en morbiditeit het hoogst zijn in de lage SES-wijken. Perinatale sterfte is vooral hoog in de lage SES-wijken van Escamp.12

Figuur 7. Indeling Den Haag in drie sociaaleconomische gebieden op basis van viercijferige postcode en achterstand scores van de wijken.
DH Sterfte F7
Tabel 3. Perinatale sterfte en morbiditeit (BIG 2) per SES wijken, Den Haag 2009-2014
DH Sterfte T3

 

 

  1. Van der Meer I. Sterfte in Den Haag. Epidemiologisch Bulletin 2015 (4): 17-26.
  2. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). StatLine. Overledenen; geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, regio. [Online]. (bezocht op 29 jan 2019); Beschikbaar op URL: http://statline.cbs.nl/.
  3. Voet M, Van der Meer R, Brussee Lasschuijt J. GGD Haaglanden. Niet-natuurlijke dood in de regio Haaglanden 2013-2017. Den Haag: mei 2018
  4. Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) Realisatie. Dashboard Gezondheid: Perinatale kerncijfers. [Online]. (bezocht op 14 mrt 2019); Beschikbaar op URL: http://www.waarstaatjegemeente.nl/
  5. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Standardized Mortality Rate (SMR) naar etnische afkomst in Den Haag, incl eigen bewerking GGD; Beschikbaar op URL: https://www.cbs.nl/udc-den-haag.
  6. Uitenbroek D, Verhoeff AP. Life expectancy and mortality differences between migrant groups living in Amsterdam, the Netherlands. Soc Sci Med 2002; 54: 1379-1388.
  7. Mackenbach JP, Bos V, Garssen MJ, Kunst AE. Sterfte onder niet-westerse allochtonen in Nederland. Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:917-23.
  8. Uitenbroek D. Mortality trends among migrant groups living in Amsterdam. BMC Public Health 2015;15:1187.
  9. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). StatLine. Regionale kerncijfers Nederland (doodsoorzaken). [Online]. (bezocht op 29 jan 2019); Beschikbaar op URL: http://statline.cbs.nl/.
  10. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). StatLine. Bevolkingsontwikkeling; levend geborenen, overledenen en migratie per regio. [Online]. (bezocht op 22 feb 2019); Beschikbaar op URL: http://statline.cbs.nl/.
  11. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). StatLine. Overledenen; doodsoorzaak (4 hoofdgroepen, regio. [Online]. (bezocht op 22 feb 2019); Beschikbaar op URL: http://statline.cbs.nl/.
  12. Karamali NS, Van der Meer I, Bertens L. Perinatale sterfte en morbiditeit in Den Haag, 2000-2014. Epidemiologisch Bulletin 2017 (2): 4-1
Deel dit artikel
Print dit artikel
Abonneer je op de RSS feed
Download meerdere kernboodschappen en publicaties