Gezondheidsmonitor
10 Gezondheidszorg.svg

In het onderstaande wordt een beschrijving gegeven van het gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen in Den Haag. Deze informatie is gebaseerd op de gegevens die gemeenten aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben geleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein 2016.

Alle leeftijden

Bijna veertigduizend inwoners in Den Haag maken gebruik van een maatwerkvoorziening

Uit de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein 2016 blijkt dat 38.790 inwoners van Den Haag in 2016 gebruik maken van één of meerdere maatwerkvoorzieningen (tabel 1).5 In totaal maken in Den Haag 75 per 1.000 inwoners gebruik van minstens één maatwerkvoorziening. In Nederland is dat 62 per 1.000 inwoners.

De meest verstrekte voorzieningen in Den Haag betreffen hulpmiddelen en diensten, zoals rolstoelen, vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen en financiële tegemoetkoming. In totaal maken 53 per 1.000 inwoners van Den Haag gebruik van één van deze voorzieningen. In Nederland is dit 41 per 1.000 inwoners.

Tabel 1. Aantal inwoners dat gebruik maakt van een Wmo-maatwerkvoorziening, naar type voorziening. Den Haag en Nederland, 2016.
DH_10.6_Wmo_T1.png

In Den Haag maken 29 per 1.000 inwoners gebruik van één Wmo-maatwerkvoorziening, bij de rest (37 per 1.000 inwoners) gaat het om meerdere voorzieningen (tabel 2).6

Tabel 2. Aantal inwoners dat gebruik maakt van een Wmo-maatwerkvoorzieningen per 1.000 inwoners, naar aantal voorzieningen per inwoner. Den Haag 2016.
DH_10.6_Wmo_T2.png

Bijna de helft van de 75-plussers in Den Haag maakt gebruik van één of meerdere maatwerkvoorzieningen

Uit de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein komt naar voren dat bij inwoners jonger dan 30 jaar 13 per 1.000 inwoners gebruik maken van een maatwerkvoorziening (tabel 3).5 Ook bij 30- tot en met 44-jarigen en 45- tot en met 59-jarigen maken relatief weinig inwoners gebruik van een maatwerkvoorziening (respectievelijk 31 en 64 per 1.000 inwoners). Bij inwoners van 60 tot en met 74 jaar is dit aantal hoger (140 per 1.000 inwoners), met name bij hulpmiddelen en diensten (109 per 1.000 inwoners) en hulp bij het huishouden (62 per 1.000 inwoners). Bij 75-plussers neemt dit nog verder toe; in totaal maken 458 per 1.000 inwoners van deze leeftijd gebruik van minstens één maatwerkvoorziening. Bij 393 per 1.000 inwoners zijn dit hulpmiddelen en diensten en bij 202 per 1.000 inwoners (ook) hulp bij het huishouden.

Uit de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein komt naar voren dat bij inwoners jonger dan 30 jaar 13 per 1.000 inwoners gebruik maken van een maatwerkvoorziening (tabel 3).5 Ook bij 30- tot en met 44-jarigen en 45- tot en met 59-jarigen maken relatief weinig inwoners gebruik van een maatwerkvoorziening (respectievelijk 31 en 64 per 1.000 inwoners). Bij inwoners van 60 tot en met 74 jaar is dit aantal hoger (140 per 1.000 inwoners), met name bij hulpmiddelen en diensten (109 per 1.000 inwoners) en hulp bij het huishouden (62 per 1.000 inwoners). Bij 75-plussers neemt dit nog verder toe; in totaal maken 458 per 1.000 inwoners van deze leeftijd gebruik van minstens één maatwerkvoorziening. Bij 393 per 1.000 inwoners zijn dit hulpmiddelen en diensten en bij 202 per 1.000 inwoners (ook) hulp bij het huishouden.

Tabel 3. Aantal inwoners dat gebruik maakt van een Wmo-maatwerkvoorziening per 1.000 inwoners, naar leeftijd en type voorziening. Den Haag 2016.
DH_10.6_Wmo_T3.png

Meer vrouwen dan mannen maken gebruik van maatwerkvoorzieningen

In Den Haag maken bij vrouwen 91 per 1.000 inwoners gebruik van één of meerdere maatwerkvoorzieningen. Bij mannen is dit 58 per 1.000 inwoners. Bij beide groepen gaat het voornamelijk om hulpmiddelen en diensten (tabel 4).5

Tabel 4. Aantal inwoners dat gebruik maakt van een Wmo-maatwerkvoorziening per 1.000 inwoners, naar geslacht en type voorziening. Den Haag 2016.
DH_10.6_Wmo_T4.png

Meer inwoners van autochtone afkomst maken gebruik van een maatwerkvoorziening dan inwoners van overig westerse of niet-westerse afkomst

In Den Haag maken bij inwoners van autochtone afkomst 90 per 1.000 inwoners gebruik van een maatwerkvoorziening. Bij inwoners van overig westerse en niet-westerse afkomst is dit respectievelijk 45 en 69 per 1.000 inwoners. Bij alle drie de groepen gaat het voornamelijk om hulpmiddelen en diensten (tabel 5).5

Tabel 5. Aantal inwoners dat gebruik maakt van een Wmo-maatwerkvoorziening per 1.000 inwoners, naar etnische afkomst en type voorziening. Den Haag 2016.
DH_10.6_Wmo_T5.png
  1. Wmo 2015: Wat is er veranderd? [Online]. (bezocht op 6 sept 2017); Beschikbaar op URL: https://www.movisie.nl/artikel/wmo-2015-wat-er-veranderd.
  2. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). [Online]. (bezocht op 6 sept 2017); Beschikbaar op URL: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-en-ondersteuning-thuis/wmo-2015.
  3. Welke ondersteuning kan ik thuis krijgen van de gemeente vanuit de Wmo? [Online]. (bezocht op 6 sept 2017); Beschikbaar op URL: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-en-ondersteuning-thuis/vraag-en-antwoord/ondersteuning-gemeente-wmo-2015.
  4. KRL Juristengroep. Wmo en Algemene voorziening en Maatwerkvoorziening. [Online]. (bezocht op 5 okt 2017); Beschikbaar op URL: https://www.krl-juristen.nl/onze-vakgebieden/bezwaar-wmo/algemene-voorziening-of-maatwerk/.
  5. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Wmo-cliënten; type maatwerkarrangement, regio. [Online]. (bezocht op 3 dec 2017); Beschikbaar op URL: http://statline.cbs.nl/.
  6. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Wmo-gebruik; aantal maatwerkarrangementen, regio. [Online]. (bezocht op 3 dec 2017); Beschikbaar op URL: http://statline.cbs.nl/.
Deel dit artikel
Print dit artikel
Abonneer je op de RSS feed
Download meerdere kernboodschappen en publicaties

Over dit onderwerp

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de deelname van mensen met een beperking of psychische problematiek aan het maatschappelijke verkeer (participatie). Ook moeten zij een passende ondersteuning bieden waarmee mensen in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden (zelfredzaamheid).1 De gemeente geeft ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015).2 De ondersteuning wordt geregeld door middel van een ‘maatwerkvoorziening’. Deze voorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen en vormt samen met de inzet van eigen kracht of, indien van toepassing, gebruikelijke hulp of mantelzorg een samenhangend ondersteuningsaanbod.1

Voorbeelden van maatwerkvoorzieningen zijn aanpassingen in de woning, een rolstoel, een vervoersvoorziening, vervoer in de regio, huishoudelijke hulp, individuele begeleiding, dagbesteding op maat, respijtzorg, ondersteuning van mantelzorgers, een beschermde woonplek of maatschappelijke opvang.3 Ook zijn er algemene voorzieningen vanuit de Wmo beschikbaar, die snel, incidenteel en voor iedereen te gebruiken zijn op het moment dat hulp gewenst is.4 Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn een boodschappenservicedienst, een warme maaltijdvoorziening of een buurthuis.