Gezondheidsmonitor

Rondkomen en schulden

Rondkomen betekent ‘alle nodige uitgaven kunnen doen’.1 Als inkomsten en uitgaven niet in balans zijn, bestaat er een risico op schulden. Schulden gaan vaak samen met stress en kunnen een oorzaak zijn van gezondheidsproblemen. Zelfs bij kleine schulden kunnen er al stress, concentratieverlies of problemen met de gezondheid ontstaan.2

Mensen met problematische schulden die hier zelf niet meer uitkomen, kunnen in eerste instantie hulp van de gemeente krijgen. Dit is het ‘minnelijke schuldentraject’. Als deze schuldhulpverlening mislukt, komt men in aanmerking voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). De Wsnp is een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om na 36 maanden weer schuldenvrij te zijn.3

Ook bij jongeren kunnen schulden tot stress leiden. Uit ervaringen van mbo-docenten blijkt dat studenten met schulden vaker afwezig zijn, moe zijn door veel werken, weinig aandacht aan school besteden, hun studiekosten moeilijk kunnen betalen of zelfs stoppen met school. Daarbij is het voor jongeren met schulden moeilijk om op zichzelf te gaan wonen, vanwege de minimale financiële middelen die overblijven na het aflossen van de schulden.4 Ook blijkt er een samenhang te zijn tussen het hebben van problemen met geld en delinquent gedrag.5

Vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk is werk dat in georganiseerd verband (bijvoorbeeld sportvereniging, kerkbestuur, school) onbetaald wordt uitgevoerd. Het doen van vrijwilligerswerk kan positieve effecten hebben op de gezondheid doordat het de persoonlijkheid versterkt (meer regie over het eigen leven), het sociale netwerk vergroot en een gevoel van voldoening geeft. Daarentegen kunnen gezondheidsproblemen ook het doen van vrijwilligerswerk belemmeren.1

Armoede

Als iemand gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in zijn samenleving als minimaal noodzakelijk gelden, wordt gesproken van armoede.1 Geldzorgen, schulden en armoede hebben een sterk negatieve invloed op de fysieke en mentale gezondheid en de levensverwachting van mensen.2 Opgroeien in armoede heeft ook verschillende effecten op kinderen. Het kan bijvoorbeeld leiden tot lagere schoolprestaties, een grotere kans op voortijdig schoolverlaten, probleemgedrag, een hogere kans op gezondheidsproblemen en een kans op sociale uitsluiting én op leven in armoede als zij volwassenen zijn.3,4

Mantelzorg geven

Mantelzorg is vrijwillige en onbetaalde zorg aan mensen die voor langere tijd ziek, hulpbehoevend of gehandicapt zijn. Deze zorg wordt gegeven aan bekenden zoals bijvoorbeeld familieleden, vrienden of buren. Huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging, vervoer en het regelen van geldzaken zijn voorbeelden waaruit de mantelzorg kan bestaan. Iemand is mantelzorger als diegene minimaal 8 uur in de week of al minimaal 3 maanden voor een ander zorgt.1

Het verlenen van mantelzorg kent positieve aspecten zoals: het geven van een goed gevoel, het leren kennen van nieuwe mensen en het leren van nieuwe dingen. Echter kan het verlenen van mantelzorg ook leiden tot overbelasting en afname van de eigen gezondheid bij de mantelzorger.2

Gezondheidsvaardigheden

Van burgers wordt verwacht dat zij meer verantwoording voor hun eigen gezondheid op zich nemen en een helpende rol spelen bij ziekte van hun naasten. Hiervoor zijn kennis en vaardigheden nodig. De term gezondheidsvaardigheden verwijst naar deze vaardigheden, die van invloed zijn op gezondheid en het maken van beslissingen ten aanzien van gezondheid.

Gezondheidsvaardigheden worden gedefinieerd als: ‘vaardigheden van mensen om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen.1

Er worden drie typen gezondheidsvaardigheden onderscheiden:

  • Functionele vaardigheden. Dit zijn basisvaardigheden in lezen, schrijven en rekenen gericht op informatie over gezondheid
  • Interactieve of communicatieve vaardigheden. Dit zijn cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden die nodig zijn om informatie te verkrijgen en te begrijpen en om nieuwe informatie toe te passen op de eigen situatie
  • Kritische vaardigheden. Dit zijn gevorderde cognitieve vaardigheden die samen met sociale vaardigheden worden toegepast om informatie kritisch te analyseren en te gebruiken om meer controle uit te oefenen over het eigen leven.2

Digitale vaardigheden spelen in toenemende mate een grote rol bij het zoeken naar informatie over gezondheid en vormen dus een belangrijk onderdeel van gezondheidsvaardigheden. Parallel aan gezondheidsvaardigheden gaat het bij digitale vaardigheden niet alleen om het in staat zijn te kunnen zoeken naar informatie op het internet, maar ook om deze informatie te begrijpen, kritisch te beoordelen en te kunnen afwegen of deze informatie toepasbaar is op de eigen situatie.3

Een ander belangrijk aspect van gezondheidsvaardigheden is het vertrouwen hebben in het zelf kunnen vervullen van een actieve rol ten aanzien van de gezondheid.4

Een extreme vorm van beperkte gezondheidsvaardigheden is laaggeletterdheid.5 Men spreekt van laaggeletterdheid bij iemand van 16 jaar of ouder die moeite heeft met lezen, schrijven of rekenen. Laaggeletterdheid heeft een negatief effect op de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg, gezondheidsuitkomsten en patiënten tevredenheid.6 Het onvoldoende beheersen van gezondheidsvaardigheden wordt geassocieerd met een reeks van slechte gezondheidsuitkomsten o.a. door het onvoldoende gebruik kunnen maken van gezondheidsinformatie of voorzieningen, therapie(on)trouw bij medicatie gebruik en het onvermogen tot zelfmanagement.4

Opleidingsniveau

De sociaaleconomische status staat voor de positie van mensen op de maatschappelijke ladder. Sociaaleconomische status hangt samen met gezondheid. Mensen met een lage sociaaleconomische status hebben vaak een slechtere gezondheid dan mensen met een hogere sociaaleconomische status. Omdat sociaaleconomische status niet op een directe manier gemeten kan worden, wordt een aantal indicatoren zoals opleiding, inkomen en beroep hiervoor gebruikt.1

Het opleidingsniveau kan verdeeld worden in drie niveaus: laag, gemiddeld en hoog. Hieronder wordt het volgende verstaan:

  • Laag opleidingsniveau: geen opleiding (lager onderwijs niet afgemaakt), lager onderwijs (basisschool, speciaal basisonderwijs), lager of voorbereidend beroepsonderwijs (zoals ambachtsschool, huishoudschool, lts, leao, lhno, vmbo-b/k) en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (zoals (m)ulo, mavo, vmbo-g/t, mbo-kort, mbo-1).
  • Gemiddeld opleidingsniveau: middelbaar beroepsonderwijs en beroepsbegeleidend onderwijs (zoals vakopleidingen bakker of kapper, mbo-lang, mts, uts, meao, bol, bbl, inas, mbo-2, mbo-3, mbo-4) en hoger algemeen en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (zoals hbs, mms, havo, vwo, atheneum, gymnasium).
  • Hoog opleidingsniveau: hoger beroepsonderwijs (zoals kweekschool, hbo, hts, heao, hbo-v, kandidaats of bachelor wetenschappelijk onderwijs) en wetenschappelijk onderwijs (doctoraal of master, postdoctoraal, hbo-master).

Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten

Jongeren tussen de 5 en 18 jaar moeten onderwijs volgen. Als een leerling niet op school is zonder een geldige reden (zoals ziekte of het bijwonen van een huwelijk of begrafenis) dan is er sprake van ongeoorloofd schoolverzuim (spijbelen).1

Jongeren die vaak van school verzuimen (door ziekte of spijbelen) lopen het risico dat hun sociaal-emotionele ontwikkeling en leerontwikkeling stagneren. Daardoor kunnen ze afglijden in onderwijsniveau en zelfs (zonder diploma) voortijdig de school verlaten.2,3

Een voortijdig schoolverlater is een jongere tussen 12 en 23 jaar die het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie. In Nederland is dit minimaal een havodiploma, een vwo-diploma of een diploma vanaf mbo 2-niveau.4 Met name bij lagere onderwijssoorten en in grote steden is er meer sprake van voortijdig schoolverlaten dan bij hogere onderwijssoorten en in kleinere steden. Ook is er bij leerlingen met psychische problemen meer risico op voortijdig schoolverlaten.5 Voortijdig schoolverlaters komen in vergelijking met andere jongeren vaker in aanraking met werkloosheid en criminaliteit.2,6