Gezondheidsmonitor

Lichaamsgewicht

Overgewicht kan ernstige gevolgen hebben op de gezondheid. Het risico op bepaalde ziekten en aandoeningen, zoals suikerziekte en hart- en vaatziekten, stijgt naarmate de BMI (Body Mass Index), een indicator voor overgewicht, of de buikomvang toeneemt.1 Bijvoorbeeld in meer dan 20% van de gevallen is overgewicht de oorzaak van suikerziekte (diabetes mellitus type 2).2 Deze gezondheidsgevolgen zijn extra groot als men al vanaf een jonge leeftijd kampt met overgewicht.3 Daarnaast kan men te maken krijgen met stigmatisering. Dit kan bij volwassenen en ook bij jongeren leiden tot een slecht zelfbeeld, eenzaamheid en spanning.3

De Body Mass Index wordt berekend door het gewicht (in kilogram) te delen door de lengte (in meter) in het kwadraat. Voor volwassenen geldt dat bij een BMI van 25 of hoger sprake is van overgewicht. Vanaf een BMI van 30 is sprake van ernstig overgewicht (of obesitas). Iemand heeft ondergewicht bij een BMI onder de 18,5.

Lichaamsbeweging

Voldoende bewegen heeft een gunstig effect op de fysieke gezondheid. Door voldoende te bewegen wordt eerder een gezond gewicht bereikt en behouden en stijgt het goede cholesterolgehalte.1 Onvoldoende beweging resulteert in een grotere kans op hart- en vaatziekten, suikerziekte (diabetes mellitus), osteoporose en dikke darmkanker.2

De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) stelt dat voor het onderhouden van de gezondheid volwassenen van 18 tot en met 55 jaar ten minste vijf dagen en het liefst alle dagen van de week minimaal 30 minuten matig intensief lichamelijk actief zijn. Voor ouderen (55 jaar en ouder) geldt dezelfde norm, maar met een lager intensiteitsniveau. Voor kinderen en jongeren (4 tot en met 17 jaar) is deze norm iets hoger: dagelijks één uur matig intensieve lichamelijke activiteit. Naast de NNGB zijn ook de Fitnorm (ten minste drie keer per week minimaal 20 minuten zwaar intensieve activiteit) en de Combinorm (of iemand aan de NNGB en/of de Fitnorm voldoet) richtlijnen om te bepalen of iemand voldoende beweegt.

Op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) evalueerde de Commissie Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad deze bestaande beweegnormen en kwam in augustus 2017 met een nieuwe beweegrichtlijn. Volgens de nieuwe beweegrichtlijnen zouden volwassenen wekelijks ten minste 2,5 uur matig intensief moeten bewegen en kinderen dagelijks minstens een uur.3 De cijfers in deze tekst op basis van de Gezondheidsenquête 2016 hebben betrekking op de NNGB, Fitnorm en Combinorm, aangezien ten tijde van het uitvoeren van deze enquête er over deze nieuwe beweegrichtlijn nog niet gepubliceerd was. De cijfers van de Jongerenpeiling 2019 zijn wel volgens de nieuwe beweegrichtlijn berekend.

Voeding

Het eten van voldoende groente en fruit heeft positieve effecten op de gezondheid van mensen. Het eten van groente verlaagt bijvoorbeeld het risico op darmkanker, hart- en vaatziekten, beroertes en suikerziekte. 1 Voldoende fruit eten vermindert onder andere het risico op longkanker en beroertes. Naast het eten van voldoende groente en fruit, is ook ontbijten belangrijk voor de gezondheid. Het ontbijt is de eerste maaltijd op een dag, het breekt het vasten na een periode van slaap en brengt daarmee de spijsvertering op gang. Daarnaast levert het ontbijt energie en voedingsstoffen voor een goede start van de nieuwe dag. 2
Een gezond voedingspatroon bestaat volgens de Richtlijn goede voeding 2015 uit groente, fruit, peulvruchten, zuivel, noten, graanproducten en thee. Rood vlees, suikerhoudende dranken, alcohol en zout dienen beperkt te worden genuttigd. De aanbeveling is om dagelijks tenminste 2 ons groente, 2 ons fruit en 90 gram bruin brood, volkorenbrood of andere volkorenproducten te eten. Als alternatieven voor suikerhoudende dranken worden water of thee en koffie (zonder suiker) genoemd.1 Het Voedingscentrum adviseert verder om geen ontbijt over te slaan.

Jongeren zouden vooral water en thee als vervanger moeten zien.1 Het advies voor jongeren tussen 13 en 18 jaar is om zich te beperken tot maximaal één cafeïnerijk drankje per dag.3 Binnen dit advies valt ook het onder jongeren populaire energiedrankje, dat naast cafeïne ook veel suiker bevat.

Roken

Het is algemeen bekend dat roken verslavend is en slecht is voor de gezondheid. Roken verhoogt het risico op veel aandoeningen, zoals kanker en luchtwegklachten, gaat gepaard met een slechtere kwaliteit van leven, meer ziekteverzuim en een hoger zorggebruik.1

Het roken van een waterpijp wordt als minder schadelijk beschouwd dan een gewone sigaret, maar bij het roken van waterpijp komen dezelfde schadelijke stoffen vrij als bij het roken van gewone sigaretten. Ook is er kans op verslaving, vanwege de nicotine in waterpijptabak en wordt het roken van een waterpijp voor jongeren gezien als een opstap naar het roken van gewone sigaretten.2

Drugsgebruik

Drugs zijn middelen met een psychoactieve werking die de hersenen prikkelen, waardoor er geestelijke en lichamelijke effecten optreden. Volgens de wet zijn er twee soorten drugs: soft- en harddrugs.

Cannabis (wiet en hasj) en paddo’s (hallucinogene paddenstoelen) zijn niet sterk verslavend en zijn relatief minder schadelijk voor de gezondheid dan andere drugs. Daarom worden ze volgens de wet beschouwd als softdrugs (ze staan op lijst II van de Opiumwet, net als lachgas, dat sinds december 2019 aan deze lijst is toegevoegd). Alle overige drugs (waaronder heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, ecstasy en GHB) worden harddrugs genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Ook alcohol en nicotine in tabak hebben een psychoactieve werking, maar deze middelen staan niet in de Opiumwet en zijn dus legaal.

Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. De meeste harddrugs kunnen, afhankelijk van gebruikspatronen, kenmerken van gebruiker en omgevingsfactoren leiden tot verslaving. Belangrijke gezondheidseffecten van harddrugs zijn vergiftgingen (intoxicaties) en het gelijktijdig optreden van verslaving en psychische stoornissen.2 Voor ecstasy is de verslavende werking vermoedelijk gering.3

Middelengebruik op jonge leeftijd kan op korte termijn leiden tot gedragsproblemen en concentratiestoornissen, en op de lange termijn tot depressie, verslaving en andere gezondheidsschade. Ook zijn er aanwijzingen dat het gebruik van alcohol en drugs op jonge leeftijd een verstorend effect heeft op de ontwikkeling van de hersenen. Daarnaast kan drugsgebruik een rol spelen bij vroegtijdig school verlaten, wat de kans op werkloosheid, een slechtere gezondheid en psychosociale problemen vergroot.2

Alcoholgebruik

De Gezondheidsraad en het Voedingscentrum adviseren om geen alcohol te drinken, of in ieder geval niet meer dan één glas per dag.1 Daarnaast wordt er als het gaat om alcohol drinken, gesproken over drie (risico)groepen:

Zware drinker: Wekelijks minstens één dag minimaal zes glazen (mannen) of vier glazen (vrouwen) alcohol drinken.

Overmatig alcohol drinker: Meer dan 14 glazen per week (mannen) of meer dan 7 glazen per week (vrouwen) alcohol drinken.

Binge drinker: Bij één gelegenheid vijf of meer glazen alcohol drinken.2

Het drinken van alcohol brengt serieuze gezondheidsrisico’s met zich mee, waaronder een verstoorde hersenontwikkeling, leer- en geheugenproblemen en een verhoogd risico op verslaving op latere leeftijd.3,4 Zo hangt matig alcoholgebruik (dat is tot 1,5 standaardglazen per dag)a samen met een hoger risico op borstkanker en diabetes en wordt een hoog alcoholgebruik (meer dan 1,5 standaardglazen per dag) geassocieerd met meer risico op een beroerte en borst-, darm- en longkanker. Binge drinken vergroot de kans op hart- en vaatziekten.1

Vooral jongeren zijn gevoelig voor de schadelijke effecten, omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn.5

Het is bekend dat de omgeving, waaronder de ouders, een belangrijke rol speelt in het alcoholgebruik van jongeren.6 Daarom wordt de rol van ouders in het gunstig beïnvloeden van het alcoholgebruik steeds meer benadrukt in diverse campagnes en preventieactiviteiten, zoals NIX18. Zowel de opvoedstijl als het stellen van regels aan het alcoholgebruik zijn hierbij van belang.7

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het terugdringen van overmatig alcohol drinken tot één van de speerpunten in haar gezondheidsbeleid gemaakt, omdat hier veel gezondheidswinst te behalen is. 8 De ambitie is dat in 2030 het aantal overmatige drinkers substantieel afgenomen is.

a Een standaardglas bevat ongeveer 10 gram alcohol. Die hoeveelheid alcohol zit in ongeveer 250 milliliter bier (5% alcohol), 100 milliliter wijn (12% alcohol) en 35 milliliter sterke drank (35% alcohol).1

Sociale media en gamen

Veel jongeren zijn actief op sociale media, zoals WhatsApp, YouTube, Facebook, Instagram en Snapchat. Ook het spelen van games is populair bij deze doelgroep. Het overgrote deel van de jongeren heeft zijn sociale media- en gamegedrag prima onder controle. Bij een kleine groep is er echter sprake van risicovol gedrag op het gebied van sociale media en gamen.1 Zij vinden het moeilijk om ermee te stoppen en voelen zich rot als ze het niet kunnen doen. Dit kan leiden tot verminderde schoolprestaties, slaaptekort en vereenzaming.2

Als een jongere moeite heeft om het gebruik van sociale media onder controle te houden wordt gesproken van problematisch gebruik. Kenmerken hiervan zijn:

  • overmatige aandacht voor sociale media en buitensporig gebruik hiervan;
  • slechter slapen;
  • verwaarlozing van huiswerk, school en sociale contacten.2

Problematisch gamen vertoont grote gelijkenissen met andere verslavingen, waaronder gok- en middelenverslavingen. Problematisch gamen kan de volgende kenmerken hebben:

  • moeite om te stoppen met gamen;
  • langer en meer spelen dan was gepland;
  • te weinig slapen;
  • vermindering van school- en sociale activiteiten.2

Uitgerust opstaan

Slaap is van cruciaal belang voor het functioneren van de hersenen. Korte periodes van slaaptekort hebben al langdurige gevolgen op de werking van het geheugen. Ook het vermogen om te leren kan worden verstoord door te weinig slaap.1,2

Seksueel risicogedrag

Seksualiteit is een ruim begrip. Het heeft te maken met intimiteit, opwinding en bevrediging en is voor veel mensen een belangrijk onderdeel van het (liefdes)leven. Seksueel gedrag dat kan leiden tot een seksueel overdraagbare aandoening (soa) of een ongewenste zwangerschap noemen we seksueel risicogedrag. Hieronder valt het: niet gebruiken van een condoom bij geslachtsgemeenschap met een partner waarbij geen sprake is van een liefdesrelatie en het niet gebruiken van anticonceptie bij meisjes tot en met 16 jaar of vrouwen ouder dan 16 jaar zonder kinderwens (ongeacht of er sprake is van een liefdesrelatie). 1

Het bevorderen van veilige seks om een soa en ongewenste zwangerschap te voorkomen valt binnen het bredere streven naar het verbeteren van seksuele gezondheid. Hierbij staat een veilige en vrijwillige seksualiteit centraal.