Gezondheidsmonitor

Bevolkingsomvang en -samenstelling

Om de actuele staat van de volksgezondheid te kunnen presenteren, zijn demografische gegevens als leeftijd, geslacht en etnische afkomst onmisbaar. Deze factoren hangen namelijk samen met gezondheid, ziekte en zorggebruik en met andere factoren die de gezondheid beïnvloeden.1

Statushouders

Statushouders hebben, in vergelijking met de algemene Nederlandse bevolking, een verhoogd risico op bepaalde gezondheidsproblemen zoals psychische problemen (o.a. depressie), bepaalde chronische ziekten (o.a. suikerziekte) en ongunstige zwangerschapsuitkomsten (o.a. onbedoelde- of tienerzwangerschappen).1,2

Hierbij spelen specifieke achtergronden en omstandigheden een rol, zoals geweldservaringen, beperkte gezondheidsvaardigheden en onzekerheden over de toekomst.1 Ook is aandacht nodig voor infectieziekten (o.a. tuberculose), tandheelkundige problemen, middelengebruik (o.a. tabak) en de gezondheid van jeugdige statushouders.2

Bevolkingsprognose

Inzicht in hoe de bevolking zich in de nabije en verdere toekomst ontwikkelt en van samenstelling verandert maakt het mogelijk om hier tijdig op in te spelen. Een veranderde samenstelling van de bevolking heeft bijvoorbeeld invloed op het voorkomen van aandoeningen en ziekten. Zo komen bepaalde aandoeningen en ziekten vaker voor op hogere leeftijd (bijvoorbeeld gewrichtsslijtage) of bij sommige herkomstgroepen (bijvoorbeeld suikerziekte bij Hindostanen). Het is van belang dat hier rekening mee wordt gehouden bij het vormgeven van toekomstig gezondheidsbeleid. Zo kan er bijvoorbeeld beter geanticipeerd worden op een stijgende zorgvraag in de toekomst. Ook afgeleide gevolgen, zoals een stijgende druk op mantelzorg en behoefte aan meer en specifieke voorzieningen in de wijk, worden zo duidelijk.

Midden, Oost en Zuid-Europeanen

In de afgelopen tien jaar is in Nederland het aantal inwoners met een Midden- en Oost-Europese migratieachtergrond (MOE-landers) bijna verdrievoudigd van ruim 96.000 in 2008 naar ruim 274.000 in 2018.1 De meeste MOE-landers komen naar Nederland voor werk. Sinds de toetreding tot de Europese Unie (EU) geldt voor deze landen vrij verkeer van werknemers binnen de EU.2 De grootste groep van de in Nederland ingeschreven MOE-landers komt uit Polen (63%), op afstand gevolgd door Bulgarije en Roemenië (beide 11%).1

MOE-landen: Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Bulgarije en Kroatië.3

Ook is in Nederland het aantal inwoners met een Zuid-Europese migratieachtergrond (Griekenland, Italië, Portugal en Spanje; GIPS-landers) de laatste jaren toegenomen. Deze groep nam over de periode 2008-2018 toe van ruim 100.000 naar ruim 148.000.1 Deze migratie is voornamelijk het gevolg van de economische crisis en hoge werkloosheid in Zuid-Europa.2 De grootste groep van de in Nederland ingeschreven GIPS-landers komt uit Italië (36%) en Spanje (30%).1

GIPS-landen: Griekenland, Italië, Portugal en Spanje.3