Gezondheidsmonitor

Ervaren gezondheid

Wat vindt iemand van zijn eigen gezondheid? Dit noemen we de ervaren gezondheid: een gezondheidsmaat van alle relevante gezondheidsaspecten voor deze persoon. De gezondheidsaspecten variëren per persoon. Ze hebben vaak betrekking op de lichamelijke én de geestelijke gezondheid. Voorbeelden zijn ziekten, lichamelijke beperkingen en handicaps, fitheid, vermoeidheid en depressieve gevoelens. Ook leefstijlfactoren, zoals voeding, roken en lichamelijke activiteit kunnen het oordeel over de eigen gezondheid mede bepalen (Ik wandel iedere dag, dus ik ben gezond). Ervaren gezondheid noemen we ook wel subjectieve gezondheid of gezondheidsbeleving.1

(Chronische) ziekten en aandoeningen

Het hebben van een chronische ziekte of aandoening gaat vaak samen met een verminderde kwaliteit van leven. Zo is de ervaren gezondheid van mensen met een chronische ziekte slechter dan die van de gemiddelde Nederlander. Het percentage mensen dat gelukkig is en dat hun gezondheid als goed ervaart ligt lager bij mensen met een chronische ziekte dan onder de hele Nederlandse bevolking. Dit speelt vooral bij ouderen met chronische ziekten.1 Mensen jonger dan 65 jaar met een chronische aandoening hebben meer last van psychosociale problemen dan de gemiddelde Nederlander. Deze problemen voltrekken zich vooral op domeinen als wonen, school, werk, vrijetijdsbesteding, sociale relaties en financiën.2,3

Lichamelijke beperkingen

Een persoon kan zich als gevolg van een stoornis (lichamelijke afwijking) beperkt voelen bij het uitvoeren van activiteiten.1 Gehoor-, gezichts- en mobiliteitsbeperkingen kunnen een belemmering vormen voor deelname aan het maatschappelijk leven. Ook kunnen ze zorgen voor sociaal isolement doordat men minder vaak buitenshuis kan komen. Naarmate men ouder wordt komen er meer beperkingen voor.2

Vallen en risico op vallen

Valongelukken bij ouderen veroorzaken gezondheidsproblemen, zoals verwondingen, opnames in een ziekenhuis en/of vroegtijdig overlijden.1 Ook kunnen valongelukken indirect leiden tot vermindering van de zelfstandigheid, zelfredzaamheid, mobiliteit, zelfvertrouwen en activiteit, waardoor het risico op toekomstige gezondheidsklachten toeneemt. Daarnaast vormt de afname in lichamelijke en geestelijke conditie op zichzelf weer een risicofactor voor een nieuwe val.2

Risicofactoren voor valongelukken kunnen liggen in bijvoorbeeld de inrichting van de woning (hoge drempels, losse kleedjes), gebruikte middelen (gladde schoenzolen, instabiele huishoudtrap) en de inrichting van de openbare ruimte (ongelijke bestrating, slechte verlichting).2

Meldingsplichtige infectieziekten

Infectieziekten zijn ziekten die worden veroorzaakt door virussen, bacteriën, schimmels of parasieten. Mensen kunnen elkaar besmetten en op deze manier de infectieziekten verspreiden. 

(Snelle) melding van infectieziekten door arts of laboratorium bij de GGD zorgt ervoor dat er gepaste maatregelen kunnen worden genomen om de ziekte te bestrijden en verdere verspreiding te voorkomen. Een infectieziekte is meldingsplichtig als het bijvoorbeeld uit een bron komt waartegen de omgeving zich moeilijk kan beschermen en gezien de aard en besmettelijkheid van de ziekte maatregelen nodig zijn, of als melding noodzakelijk is voor preventie en bestrijding.1 Voorbeelden van meldingsplichtige infectieziekten zijn kinkhoest en hepatitis B.
Naast infectieziekten die voor alle patiënten gemeld moeten worden, zijn instellingen en instanties waar risicogroepen wonen of verblijven (vooral kindercentra, scholen, verzorgings- en verpleeghuizen en ziekenhuizen) op grond van artikel 26 van de Wet op de Publieke Gezondheid verplicht een uitbraak van infectieziekten te melden bij de GGD.

Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa)

Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) zijn infectieziekten die meestal overgedragen worden door onbeschermd seksueel contact. Soa leiden niet altijd tot klachten maar onbehandelde soa kunnen ernstige complicaties veroorzaken, zoals onvruchtbaarheid bij vrouwen.1 De belangrijkste soa worden de Big Five soa genoemd: chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv en hepatitis B. Risicogroepen voor het krijgen van soa zijn vooral personen die relatief vaak onbeschermd seksueel contact hebben, zoals mannen die seks hebben met mannen (MSM), jongeren (onder de 25 jaar) en bepaalde bevolkingsgroepen van niet-Nederlandse afkomst, vooral van Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse afkomst.2

Voor vragen over seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) en het uitvoeren van een soa-test kunnen mensen terecht bij hun huisarts. Degenen die behoren tot een risicogroep voor soa kunnen ook terecht bij één van de regionale Centra Seksuele Gezondheid (CSG). Gegevens over soa in Nederland zijn vooral gebaseerd op de registratie van soa-consulten binnen het landelijk netwerk van de CSG’s. Deze registratie geeft een indicatie van het vóórkomen van soa, maar is niet volledig omdat in Nederland naar schatting 65% van de soa-consulten wordt uitgevoerd door huisartsen.3 Door een begrenzing van de vergoedingsregeling in 2015 en een inperking van het aantal risicogroepen dat terecht kan bij het CSG is de samenstelling van de groep die het CSG bezoekt, gewijzigd. Dit heeft invloed op trends in deze soa-registratie.4

Tuberculose

Tuberculose (tbc) is een ernstige infectieziekte die veroorzaakt wordt door een bacterie. De ziekte veroorzaakt ontstekingen in het lichaam en komt meestal voor in de longen. Bij longtuberculose zijn de meest voorkomende klachten hoesten en bloed ophoesten, koorts, moeheid, vermagering en nachtzweten. Tuberculose wordt bijna altijd overgedragen via de lucht door hoesten van een patiënt met (besmettelijke) longtuberculose.

Risicogroepen voor tuberculose zijn asielzoekers en immigranten uit landen waar tuberculose veel voorkomt, gedetineerden met bepaalde risicofactoren (bijvoorbeeld afkomstig uit land waar tuberculose veel voorkomt of drugsverslaafd), personen met een verminderde afweer, illegalen, drugsverslaafden, dak- en thuislozen en personen die (bijvoorbeeld beroepsmatig) in contact komen met een besmettelijke patiënt.1,2

Tuberculose heeft een aparte plaats binnen de infectieziektebestrijding. De GGD speelt een actieve rol op het gebied van screening van risicogroepen en bij de begeleiding van de behandeling.

Beperkingen in activiteiten

Om zelfstandig te kunnen blijven wonen is het van belang zelf activiteiten te kunnen uitvoeren of daar adequate hulp bij te krijgen. Voorbeelden van activiteiten van het dagelijks leven (ADL) zijn zich wassen, aan- en uitkleden en zich verplaatsen in of buitenshuis. Door een beperking kan het zijn dat bepaalde huishoudelijke activiteiten niet meer zelfstandig uitgevoerd kunnen worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om boodschappen doen, eten klaarmaken en zwaar huishoudelijk werk zoals stofzuigen.

4 Lichamelijke gezondheid.svg

Hoe is dit in uw gemeente?

Referenties

De referenties op deze pagina verwijzen naar de referenties onderaan de inhoudelijke teksten van de gemeenten.