Gezondheidsmonitor

Kwetsbare ouderen

Kwetsbaarheid van ouderen is een proces van het opstapelen van lichamelijke en/of sociale tekorten in het functioneren, waardoor de kans op ernstige gezondheidsproblemen (functiebeperkingen, opname, overlijden) toeneemt. De kwetsbaarheid is gemeten door middel van de Tilburg Frailty Indicator (TFI); een set vragen die ingaat op lichamelijke, psychische en sociale componenten, gecombineerd met persoonlijke kenmerken, zoals leeftijd en inkomen.

Bij de lichamelijke componenten gaat het bijvoorbeeld over evenwicht bewaren, gehoor- en gezichtsbeperkingen en vermoeidheid zonder duidelijke reden. De vragen over de psychische componenten hebben betrekking op het kunnen omgaan met problemen, klachten over het geheugen en gevoelens van somberheid en nervositeit. De sociale componenten gaan over of men voldoende steun ontvangt van anderen, mensen om zich heen mist en alleenwonend is. De ingevulde antwoorden vormen een score voor lichamelijke, psychische en sociale kwetsbaarheid en een totale score op kwetsbaarheid.

Personen met verward gedrag

Bij personen met verward gedrag gaat het om een groep mensen die te kampen heeft met verschillende aandoeningen en beperkingen, vaak op meerdere vlakken. De aandoeningen betreffen veelal psychische problematiek, en in sommige gevallen psychiatrische aandoeningen, bijvoorbeeld als gevolg van verslaving of medicijngebruik. Dementie of een verstandelijke beperking speelt soms ook een rol. Verward gedrag als gevolg van deze aandoeningen treedt vaak op in combinatie met schulden, sociaal isolement, verwaarlozing, verlies van werk en/of huisvesting of een ingrijpende emotionele gebeurtenis. Er is hier sprake van kwetsbaarheid met een daarmee gepaard gaand risico op verslechterde fysieke, geestelijke en sociale gezondheid. 1,2
Omstanders kunnen soms overlast van hen ervaren. Personen kunnen door de politie in verwardheid worden aangetroffen.
De politie registreert incidenten van personen met verward gedrag in haar systeem via de registratiecode E33. Zij hanteert voor de E33 code de definitie: ‘Eenieder die vanwege zijn al dan niet tijdelijk verstoorde oordeelsvermogen gedrag vertoont waarmee hij zichzelf of enig ander in gevaar brengt en /of een bedreiging vormt voor de openbare orde en veiligheid’. 3 In de praktijk worden ook lichtere gebeurtenissen zoals verwarde telefoontjes of verwarde verhalen bij de politiebalie door de politie onder de E33 code weggeschreven. 4

Woningvervuilingen

Een hygiënisch woonprobleem is een onhygiënische toestand van een gebouw of een terrein, veroorzaakt door het gedrag van een of meerdere bewoners. De onhygiënische toestand veroorzaakt ernstige overlast van stank of ongedierte, gevaar voor de volksgezondheid of infectiegevaar.1 Een woningvervuiling of een hygiënisch woonprobleem kan de gezondheid van de veroorzaker en van de mensen in de directe leefomgeving van de veroorzaker in gevaar brengen en de kans op ziekte verhogen.1

Huisuitzettingen

Er zijn verschillende redenen waarom iemand uit zijn of haar woning kan worden gezet. De meest voorkomende reden is huurschuld, gevolgd door onrechtmatige bewoning of het veroorzaken van overlast.1 In sommige gevallen is er sprake van een combinatie van problematiek zoals het hebben van schulden, sociaal isolement, verminderde zelfredzaamheid en gezondheidsproblematiek zoals lichamelijke pijn en psychische klachten.2 ,3

Huiselijk geweld en ouderenmishandeling

De term 'huiselijk geweld' verwijst naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Er is meestal sprake van een machtsverschil. Het slachtoffer is afhankelijk van de dader. Het gaat bij huiselijk geweld om lichamelijke, seksuele en psychische vormen van geweld.1 Omdat de term huiselijk niet verwijst naar de plaats waar het geweld plaatsvindt, maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer, zoals (ex)partner, gezins- en familieleden wordt het ook geweld in afhankelijkheidsrelaties genoemd. Vormen van huiselijk geweld zijn: (ex)partnergeweld, kindermishandeling en verwaarlozing, ouderenmishandeling, eergerelateerd geweld, huwelijksdwang en huwelijkse gevangenschap, genitale verminking, mishandeling van ouders door hun kinderen, mishandeling van adolescenten door ouders of leeftijdsgenoten.2

Huiselijk geweld is een ernstig volksgezondheids- en maatschappelijk probleem met grote gevolgen voor slachtoffers, vaak nog vele jaren nadat de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen ernstige lichamelijke klachten hebben waaronder lichamelijk letsel, spier- en gewrichtspijnen, hoofdpijn en onverklaarbare chronische buikklachten. Huiselijk geweld leidt vooral ook tot emotionele en psychische problemen, zoals nervositeit, angst, slaapproblemen, minderwaardigheidsgevoelens, faalangst, depressie, suïcidale gedachten en posttraumatische stressstoornis. Dat geldt vooral voor slachtoffers van seksueel geweld en voor vrouwen. Ook zijn er relatief veel problemen in de relationele sfeer; circa 85% van de slachtoffers van partnergeweld is gescheiden. De gevolgen van huiselijk geweld zijn duidelijk ernstiger voor slachtoffers die in de loop van de tijd met meerdere daders te maken hebben gehad, dan voor degenen die met één dader te maken hebben gehad. Bij de slachtoffers waar het geweld nog niet is gestopt, is vaker sprake van psychische problemen dan bij de groep waar het geweld wel gestopt is.3

Ouderenmishandeling is het handelen en het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid.4 Ouderenmishandeling onderscheidt zich van ander huiselijk geweld doordat de pleger niet per se uit de huiselijke kring hoeft te komen, maar ook een professionele zorgverlener kan zijn.5 Het kan gaan om intentionele mishandeling zoals bewuste financiële uitbuiting of seksueel misbruik, maar ook onbedoelde mishandeling zoals bij ontspoorde mantelzorg waarbij de mishandeling een gevolg is van overbelasting of onkunde van de mantelzorger of professional.

Daklozen

Daklozen vormen een groep kwetsbare mensen met meer gezondheidsproblemen en een lagere levensverwachting dan in de algemene populatie. Dit doordat, naast hun dakloosheid, deze mensen vaak fysieke en psychische problemen hebben en moeilijk aansluiting vinden bij de reguliere zorgverlening.1

Feitelijk daklozen zijn mensen die niet beschikken over een eigen woonruimte. Voor een nachtelijke slaapplek zijn zij ten minste één nacht aangewezen op:

  • slapen in de openlucht of in overdekte openbare ruimtena
  • en/of binnen slapen in de passantenverblijven van de maatschappelijke opvang
  • en/of slapen bij vrienden, kennissen of familie.

Hierbij hebben zij geen vooruitzichten op een slaapplek voor de daaropvolgende nacht.

Wanneer het door kou of andere (extreme) weersomstandigheden te gevaarlijk is om op straat te slapen gaat de winterregeling in. De nachtopvang wordt dan kosteloos opengesteld voor alle daklozen en men hoeft zich niet te legitimeren.3 De toeloop naar de nachtopvang is hierdoor groter.

a Bijvoorbeeld portieken, fietsenstallingen, stations, winkelcentra of een auto

Stapeling van regelingen in het sociaal domein

Binnen het sociaal domein zijn er drie wetten waarbinnen mensen gebruik kunnen maken van regelingen:

 

  • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): gericht op het ondersteunen van zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische aandoening en/of psychische en sociale problemen;
  • Jeugdwet: alle jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering die onder de verantwoordelijkheid van de gemeente wordt uitgevoerd;
  • Participatiewet: gericht op ondersteuning bij het vinden van (betaald) werk.2

Wanneer inwoners gebruik maken van meerdere regelingen binnen het sociaal domein spreken we van stapeling. De stapeling van regelingen geeft een indicatie van de (soms veelzijdige) problematiek van inwoners.3

Eenoudergezinnen

De meeste eenoudergezinnen komen tot stand door een scheiding van de ouders. Bij een deel van deze gezinnen daalt het inkomen na de scheiding tot onder de armoedegrens, waardoor er voor de kinderen minder mogelijkheden zijn om van goede voorzieningen gebruik te maken. Jongeren die opgroeien in een eenoudergezin hebben vaker gedrags- en gezondheidsproblemen dan jongeren die opgroeien bij beide ouders, ook presteren ze vaak slechter op school.1

Jongeren met ziek of verslaafd gezinslid

Jongeren met een ziek of verslaafd gezinslid lopen door hun thuissituatie risico om fysiek en/of psychisch overbelast te raken. Een groter deel van hen ervaart hun gezondheid als slecht dan van andere jongeren.1

7 Kwetsbaar.svg

Hoe is dit in uw gemeente?

Referenties

De referenties op deze pagina verwijzen naar de referenties onderaan de inhoudelijke teksten van de gemeenten.