Gezondheidsmonitor
10 Gezondheidszorg.svg

Deze tekst beschrijft het contact met zorgverleners. Het betreft hier onder andere het contact met de huisarts. De huisarts is vaak een eerste aanspreekpunt voor vragen over gezondheid en ziekten en een belangrijke toegang voor ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdhulp en de meer specialistische zorg. Daarnaast beschrijft deze tekst contact met de praktijkondersteuner van de huisarts, medisch specialist, thuiszorg, psychische hulpverlening, algemeen maatschappelijk werk en het sociaal wijkteam. De informatie is gebaseerd op de Gezondheidsenquête 2016 (19 jaar en ouder).

Volwassenen en ouderen (19 jaar en ouder)

Bijna driekwart inwoners had in de afgelopen 12 maanden contact met de huisarts

Volgens de Gezondheidsenquête 2016 had 73% van de inwoners van Pijnacker-Nootdorp (19 jaar en ouder) in de afgelopen 12 maanden één of meerdere keren contact met een huisarts (figuur 1).3 Voor 27% was het contact langer dan 12 maanden geleden en 0% heeft nog nooit contact met de huisarts gehad. Het percentage inwoners van Pijnacker-Nootdorp dat in het afgelopen jaar contact heeft gehad met de huisarts is vergelijkbaar met Haaglanden (75%).

Figuur 1. Laatste contact van inwoners (19 jaar en ouder) met een huisarts. Pijnacker-Nootdorp 2016.
PN_10.4_Contact_F1.png

Inwoners met een hoge sociaaleconomische status hebben minder contact met een huisarts

Bij inwoners met een hoog opleidingsniveau en een hoog inkomen is het percentage dat het afgelopen jaar contact had met een huisarts lager dan bij inwoners met een laag of gemiddeld opleidingsniveau of inwoners met een lager inkomen (tabel 1).3 Hetzelfde geldt voor inwoners die geen moeite hebben met rondkomen in vergelijking met inwoners die dat wel hebben.

Bij vrouwen is het percentage dat het afgelopen jaar contact heeft gehad met de huisarts hoger dan bij mannen. Ook leeftijd hangt samen met het contact met de huisarts: bij 19- tot en met 34-jarigen is dit percentage het laagst (70%), bij 85-plussers het hoogst (89%).

Inwoners van autochtone afkomst hebben minder contact met een huisarts

Bij inwoners van autochtone afkomst is het percentage dat in het afgelopen jaar contact had met een huisarts lager dan bij inwoners van niet-westerse afkomst.

Tabel 1. Percentage inwoners (19 jaar en ouder) dat in het afgelopen jaar contact had met een huisarts, naar achtergrondkenmerken. Haaglanden 2016.
PN_10.4_Contact_T1.png
  • Etnische afkomst
  • Opleiding
  • Huishoudinkomen

Naast huisarts met name contact met medisch specialisten en praktijkondersteuner

Naast het contact met de huisarts, hadden inwoners van Pijnacker-Nootdorp in het afgelopen jaar vooral contact met de medisch specialisten (38%) en de praktijkondersteuner van de huisarts (34%).3 Acht procent had contact met de psychische hulpverlening en een kleiner deel met de thuiszorg (3%), een sociaal wijkteam (2%) en het algemeen maatschappelijk werk (1%). Het percentage inwoners van Pijnacker-Nootdorp dat in het afgelopen jaar contact had met een praktijkondersteuner van de huisarts en het algemeen maatschappelijk werk is lager dan in Haaglanden. Het percentage inwoners van Pijnacker-Nootdorp dat in het afgelopen jaar contact had met de medisch specialist, psychische hulpverlening, thuiszorg en het sociaal wijkteam is vergelijkbaar met Haaglanden (tabel 2).

Tabel 2. Percentage inwoners (19 jaar en ouder) dat in het afgelopen jaar ten minste één keer contact had met zes typen zorgprofessionals. Pijnacker-Nootdorp en Haaglanden, 2016.
PN_10.4_Contact_T2.png
  • Psychische hulpverlener
  • Sociaal wijkteam

Contact met psychische hulpverlening neemt af naar leeftijd

Net als bij huisartsen, neemt ook het percentage inwoners dat contact opneemt met de praktijkondersteuner van de huisarts, medisch specialisten en de thuiszorg toe met de leeftijd.3 Het contact met het sociaal wijkteam neemt toe vanaf 75 jaar. Bij psychische hulpverlening neemt het percentage dat contact heeft met de zorgverlener juist af met de leeftijd. Zo hadden meer inwoners tot en met 64 jaar in het afgelopen jaar contact met psychische hulpverlening (10%) dan inwoners van 65 jaar en ouder (4%). Met het algemeen maatschappelijk werk hebben inwoners van 65 tot en met 74 jaar het minst contact (2%), terwijl inwoners vanaf 85 jaar het meest contact hebben (6%).

Bij vrouwen en inwoners van niet-westerse afkomst heeft een hoger percentage contact met zorgverleners

In het afgelopen jaar hadden meer vrouwen dan mannen contact met zorgverleners. Dit geldt (naast de huisarts) voor de praktijkondersteuner van de huisarts, medisch specialisten, thuiszorg en psychische hulpverlening. Daarnaast hadden met name inwoners van niet-westerse afkomst contact met zorgverleners. Met de praktijkondersteuner, thuiszorg, psychische hulpverlening, algemeen maatschappelijk werk en een sociaal wijkteam hadden meer inwoners van niet-westerse afkomst contact dan inwoners van autochtone afkomst. Bij inwoners die ongehuwd, gescheiden of weduwe/weduwnaar zijn had een hoger percentage contact met de praktijkondersteuner van de huisarts, de thuiszorg, psychische hulpverlening, het algemeen maatschappelijk werk en het sociaal wijkteam.

Contact met medisch specialist is vergelijkbaar tussen inwoners met laag en hoger inkomen

Over het algemeen hadden relatief meer inwoners met een lagere sociaaleconomische status (lager opleidingsniveau, lager inkomen) en inwoners die moeite hebben met rondkomen contact met zorgverleners dan inwoners met een hogere sociaaleconomische status en/of geen moeite met rondkomen. Hierbij valt op dat bij de medisch specialist geen verschil is tussen inwoners met een laag of hoog inkomen. Verder hadden inwoners met een gemiddeld opleidingsniveau (13%) meer contact met psychische hulpverlening dan inwoners met een laag (11%) of een hoog opleidingsniveau (9%).

  1. Plaisier R, De Klerk M. Zicht op zorggebruik, Ontwikkelingen in het gebruik van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en verpleging tussen 2004 en 2011. Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Den Haag, januari
  2. Centraal Bureau voor de Statistiek. 65-plusser gezonder maar zwaarder dan 20 jaar geleden. [Online]. (bezocht op 27 juli 2017); Beschikbaar via URL: https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/10/65-plusser-gezonder-maar-zwaarder-dan-20-jaar-geleden.
  3. Klik hier voor meer informatie over de Gezondheidsenquête 2016.
Deel dit artikel
Print dit artikel
Abonneer je op de RSS feed
Download meerdere kernboodschappen en publicaties

Over dit onderwerp

In Nederland is een aantal ontwikkelingen zichtbaar: het aantal ouderen neemt toe en mensen leven langer, maar met meer chronische ziekten en aandoeningen.1,2 De verwachting is dan ook dat het contact met zorgverleners en het zorggebruik verder zal toenemen.