Gezondheidsmonitor
1 Bevolking.svg

Deze tekst beschrijft het aantal MOE- en GIPS-landers in Den Haag, Haaglanden, de G4 en Nederland. Deze informatie is gebaseerd op cijfers van het CBS. Daarnaast worden de achtergrondkenmerken van MOE- en GIPS-landers in Nederland (ingeschreven in de Basis Registratie Personen; BRP) beschreven. Hiervoor heeft het CBS de landelijke cijfers uit de Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen 2016 gekoppeld aan de migratieachtergrond van de respondenten uit de BRP.a,b Dit maakt een uitsplitsing naar herkomstland mogelijk. Omdat de aantallen MOE- en GIPS-landers die hebben deelgenomen aan de Gezondheidsenquête te klein zijn om uitsplitsingen naar gemeenten te maken, worden hier alleen Nederlandse cijfers gepresenteerd.

Bij MOE- en GIPS-landers moet de representativiteit van de resultaten in acht genomen worden, aangezien alleen inwoners die staan ingeschreven in het BRP worden meegenomen in de steekproef van de Gezondheidsenquête. Omdat niet alle migranten staan ingeschreven in de BRP zal het daadwerkelijke aantal MOE- en GIPS-landers in Nederland hoger zijn dan in deze tekst wordt beschreven. Ook is er een grotere kans (dan onder inwoners van autochtone afkomst) dat MOE- en GIPS-landers de enquête niet invullen omdat zij de Nederlandse taal niet vaardig zijn.

b Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, door GGD'en, CBS en RIVM.

Achtergrondkenmerken MOE- en GIPS-landers (19 jaar en ouder)

Ruim 1.000 MOE-landers en ruim 900 GIPS-landers gevestigd in Leidschendam-Voorburg

In 2015 hebben 1.045 inwoners van Leidschendam-Voorburg een Midden- of Oost-Europese migratieachtergrond (MOE-landers) (tabel 1). Het aandeel MOE-landers in Leidschendam-Voorburg (1,4% van het totaal aantal inwoners) is lager dan in Zuid-Holland West en Haaglanden, maar vergelijkbaar met Nederland.3

In 2017 hebben 910 inwoners van Leidschendam-Voorburg een Zuid-Europese migratieachtergrond (GIPS-landers) (tabel 1). Het aandeel GIPS-landers in Leidschendam-Voorburg (1,2% van het totaal aantal inwoners) is vergelijkbaar met Zuid-Holland West, lager dan in Haaglanden en hoger dan in Nederland.1

Tabel 1. Aantal en percentage gehuisveste MOE- en GIPS-landers. Leidschendam-Voorburg, Zuid-Holland West, Haaglanden en Nederland, 2015/2017.
Leidschendam_1.4_MOE-enGips_T1.png

Twee derde van de MOE- en GIPS-landers in Nederland woont samen met een partner

Twee derde van de MOE- en GIPS-landers in Nederland (66%) woont samen met een partner. Dit is het geval bij zeven op de tien (71%) inwoners van autochtone afkomst (figuur 1).

Van de MOE-landers woont 35% samen met een partner én kinderen en 31% alleen met een partner. Bijna een op de zes (15%) woont alleen en 8% procent maakt deel uit van een eenoudergezin.

Bij GIPS-landers woont een derde (33%) samen met een partner én kinderen en een derde (33%) alleen met een partner. Een op de vijf GIPS-landers (21%) woont alleen en 5% maakt deel uit van een eenoudergezin.4

Figuur 1. Huishoudsamenstelling (19 jaar en ouder), naar migratieachtergrond. Nederland 2016.
Leidschendam_1.4_MOE-enGips_F1.png

MOE- en GIPS-landers in Nederland zijn vooral midden of hoog opgeleid

Volgens de Gezondheidsenquête 2016 heeft een derde (33%) van de MOE-landers in Nederland (19 jaar en ouder) een hoog opleidingsniveau, 32% een gemiddeld opleidingsniveau en 18% een laag opleidingsniveau. Bij 16% van de MOE-landers is het opleidingsniveau onbekend (figuur 2).

Vier op de tien (42%) GIPS-landers in Nederland is hoog opgeleid, iets meer dan een kwart (27%) heeft een gemiddeld opleidingsniveau en iets minder dan een kwart (23%) is laag opgeleid. Bij 9% van de GIPS-landers is het opleidingsniveau onbekend (figuur 2).

Onder inwoners van autochtone afkomst is 32% hoogopgeleid, 33% gemiddeld opgeleid en 27% laagopgeleid.4

Figuur 2. Opleidingsniveau (19 jaar en ouder), naar migratieachtergrond. Nederland 2016.
Leidschendam_1.4_MOE-enGips_F2.png
  • Opleiding

Vier op de tien MOE-landers en bijna de helft van de GIPS-landers werkt meer dan 32 uur per week

Vier op de tien MOE-landers (42%) werkt meer dan 32 uur per week, gevolgd door een kwart (26%) dat niet werkt. De rest van de MOE-landers werkt 20 tot 32 uur (9%), 12 tot 20 uur (5%) of 1 tot 12 uur (2%). Bij GIPS-landers werkt bijna de helft (48%) 32 uur per week en een kwart (24%) werkt niet. De rest van de GIPS-landers werkt 20 tot 32 uur (11%), 12 tot 20 uur (4%) of 1 tot 12 uur (3%) (figuur 3).   

In vergelijking met inwoners van autochtone afkomst is het percentage inwoners dat niet werkt bij MOE- en GIPS-landers lager. Het percentage waarbij de werksituatie onbekend is, is hoger bij MOE-landers (16%) dan bij GIPS-landers (10%) en inwoners van autochtone afkomst (8%) (figuur 3).4

Figuur 3. Werksituatie (19 jaar en ouder), naar migratieachtergrond. Nederland 2016.
Leidschendam_1.4_MOE-enGips_F3.png

Zie ook

Klik hier voor meer informatie over de gezondheid en leefstijl van MOE en GIPS-landers:

http://www.ggdhaaglanden.nl/over/publicaties-en-onderzoeken/gezondheidsmonitoren-en-rapportages/rapportage-gezondheid-midden-oost-en-zuid-europeanen.htm

  1. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Bevolking; generatie, geslacht, leeftijd en migratieachtergrond, 1 januari. [Online]. (bezocht op 29 mei 2018); Beschikbaar op URL: http://statline.cbs.nl/
  2. Razenberg I, Noordhuizen B, de Gruijter M. Recente EU-migranten uit midden-, oost- en zuid-Europa aan het woord. Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving, 2015.
  3. Rovers H, Schreven L. Eerste- en tweedegeneratieallochtonen uit Midden-, Oost-, en Zuid-Europa, naar geslacht, herkomstgroepering en woongemeente, 1-1-2015. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 2015.
  4. Stroucken L, Bruggink JW, Leegwater E. Gezondheidssituatie MOE- en GIPS-landers, 2016. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)/Urban Data Centre Den Haag (UDC), 2018.
Deel dit artikel
Print dit artikel
Abonneer je op de RSS feed
Download meerdere kernboodschappen en publicaties

Over dit onderwerp

In de afgelopen tien jaar is in Nederland het aantal inwoners met een Midden- en Oost-Europese migratieachtergrond (MOE-landers) bijna verdrievoudigd van ruim 96.000 in 2008 naar ruim 274.000 in 2018.1 De meeste MOE-landers komen naar Nederland voor werk. Sinds de toetreding tot de Europese Unie (EU) geldt voor deze landen vrij verkeer van werknemers binnen de EU.2 De grootste groep van de in Nederland ingeschreven MOE-landers komt uit Polen (63%), op afstand gevolgd door Bulgarije en Roemenië (beide 11%).1

MOE-landen: Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Bulgarije en Kroatië.3

Ook is in Nederland het aantal inwoners met een Zuid-Europese migratieachtergrond (Griekenland, Italië, Portugal en Spanje; GIPS-landers) de laatste jaren toegenomen. Deze groep nam over de periode 2008-2018 toe van ruim 100.000 naar ruim 148.000.1 Deze migratie is voornamelijk het gevolg van de economische crisis en hoge werkloosheid in Zuid-Europa.2 De grootste groep van de in Nederland ingeschreven GIPS-landers komt uit Italië (36%) en Spanje (30%).1

GIPS-landen: Griekenland, Italië, Portugal en Spanje.3