Gezondheidsmonitor
10 Gezondheidszorg.svg

Deze tekst beschrijft het contact met zorgverleners. Het betreft hier onder andere het contact met de huisarts. De huisarts is vaak een eerste aanspreekpunt voor vragen over gezondheid en ziekten en een belangrijke toegang voor ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdhulp en de meer specialistische zorg. Daarnaast beschrijft deze tekst contact met de praktijkondersteuner van de huisarts, medisch specialist, thuiszorg, psychische hulpverlening, algemeen maatschappelijk werk en het sociaal wijkteam. De informatie is gebaseerd op de Gezondheidsenquête 2016 (19 jaar en ouder).

Volwassenen en ouderen (19 jaar en ouder)

Driekwart inwoners had in de afgelopen 12 maanden contact met de huisarts

Volgens de Gezondheidsenquête 2016 had 76% van de inwoners van Den Haag (19 jaar en ouder) in de afgelopen 12 maanden één of meerdere keren contact met een huisarts (figuur 1).3 Voor 22% was het contact langer dan 12 maanden geleden en 2% heeft nog nooit contact met de huisarts gehad. Het percentage inwoners van Den Haag dat in het afgelopen jaar contact heeft gehad met de huisarts is iets hoger dan in Haaglanden (75%).

Figuur 1. Laatste contact van inwoners (19 jaar en ouder) met een huisarts. Den Haag 2016.
DH_10.4_Contact_F1.png

Voor zowel 19- tot en met 64 jarigen als 65-plussers is het percentage inwoners dat in het afgelopen jaar contact heeft gehad met de huisarts vergelijkbaar met voorgaande jaren (tabel 1).3

Figuur 1. Laatste contact van inwoners (19 jaar en ouder) met een huisarts. Den Haag 2016.
DH_10.4_Contact_T1.png

Inwoners met een hoge sociaaleconomische status hebben minder contact met een huisarts

Bij inwoners met een hoog opleidingsniveau en een hoog inkomen is het percentage dat het afgelopen jaar contact had met een huisarts lager dan bij inwoners met een laag opleidingsniveau of inwoners met een lager inkomen (tabel 2).3 Hetzelfde geldt voor inwoners die geen moeite hebben met rondkomen in vergelijking met inwoners die dat wel hebben.

Bij vrouwen is het percentage dat het afgelopen jaar contact heeft gehad met de huisarts hoger dan bij mannen. Ook leeftijd hangt samen met het contact met de huisarts: bij 19- tot en met 34-jarigen is dit percentage het laagst (72%), bij 75-plussers het hoogst (88%).

Inwoners van autochtone afkomst hebben minder contact met een huisarts

Bij inwoners van autochtone afkomst is het percentage dat in het afgelopen jaar contact had met een huisarts het laagst. Bij inwoners van Marokkaanse of Surinaamse afkomst is dit percentage hoger.

Het percentage inwoners dat in het afgelopen jaar contact heeft gehad met een huisarts is vergelijkbaar tussen de stadsdelen. Hetzelfde geldt voor wijken met achterstand in vergelijking met wijken zonder achterstand.

Tabel 2. Percentage inwoners (19 jaar en ouder) dat in het afgelopen jaar contact had met een huisarts, naar achtergrondkenmerken. Den Haag 2016.
DH_10.4_Contact_T2.png
  • Etnische afkomst
  • Opleiding
  • Huishoudinkomen
  • Wijk

Naast huisarts met name contact met praktijkondersteuner en medisch specialisten

Naast het contact met de huisarts, hadden inwoners van Den Haag in het afgelopen jaar vooral contact met de praktijkondersteuner van de huisarts en medisch specialisten (beide 42% van de inwoners van 19 jaar en ouder).3 Twaalf procent had contact met de psychische hulpverlening en een kleiner deel met algemeen maatschappelijk werk (5%), thuiszorg (4%) en een sociaal wijkteam (3%). Iets meer inwoners van Den Haag hadden in het afgelopen jaar contact met een praktijkondersteuner van de huisarts, psychische hulpverlening, algemeen maatschappelijk werk, thuiszorg en sociaal wijkteam dan inwoners van Haaglanden (tabel 3).

Tabel 3. Percentage inwoners (19 jaar en ouder) dat in het afgelopen jaar ten minste één keer contact had met zes typen zorgprofessionals. Den Haag en Haaglanden, 2016.
DH_10.4_Contact_T3.png
  • Sociaal wijkteam
  • Psychische hulpverlener

Contact met psychische hulpverlening neemt af naar leeftijd

Net als bij huisartsen, neemt ook het percentage inwoners dat contact opneemt met de praktijkondersteuner van de huisarts, medisch specialisten en thuiszorg toe met de leeftijd.3 Het contact met het sociaal wijkteam neemt toe vanaf 75 jaar. Bij psychische hulpverlening neemt het percentage dat contact heeft met de zorgverlener juist af met de leeftijd. Zo hadden meer inwoners tot en met 64 jaar in het afgelopen jaar contact met psychische hulpverlening (13%) dan inwoners van 65 jaar en ouder (4 à 5%). Bij contact met algemeen maatschappelijk werk zijn er geen verschillen tussen de leeftijdsgroepen.

Bij vrouwen en inwoners van niet-westerse afkomst heeft een hoger percentage contact met zorgverleners

In het afgelopen jaar hadden meer vrouwen dan mannen contact met zorgverleners. Dit geldt (naast de huisarts) voor de praktijkondersteuner van de huisarts, medisch specialisten en thuiszorg. Daarnaast hadden met name inwoners van niet-westerse afkomst contact met zorgverleners. Daarbij valt op dat 21% van de Haagse inwoners van Marokkaanse afkomst in het afgelopen jaar contact had met een psycholoog, psychiater of een andere vorm van psychische hulpverlening. Dit is veel hoger dan gemiddeld in Den Haag (12%). Ook had een hoger percentage van de inwoners van Marokkaanse afkomst contact met het algemeen maatschappelijk werk (13% versus 5% gemiddeld in Den Haag). Bij inwoners van Turkse afkomst had een relatief laag percentage in het afgelopen jaar contact met een medisch specialist (35% versus 42% gemiddeld in Den Haag). Turkse inwoners hadden wel vaker contact met de thuiszorg (8% versus 4% gemiddeld in Den Haag).

Bij mensen die ongehuwd, gescheiden of weduwe/weduwnaar zijn had een hoger percentage contact met de praktijkondersteuner van de huisarts, de thuiszorg, het algemeen maatschappelijk werk en het sociaal wijkteam.

Contact met medisch specialist is vergelijkbaar tussen inwoners met laag en hoger inkomen

Over het algemeen hadden relatief meer inwoners met een lagere sociaaleconomische status (lager opleidingsniveau, lager inkomen) en inwoners die moeite hebben met rondkomen contact met zorgverleners dan inwoners met een hogere sociaaleconomische status en/of geen moeite met rondkomen. Hierbij valt op dat bij de medisch specialist geen verschil is tussen inwoners met een laag of hoog inkomen. Bij contact met psychische hulpverlening is er geen verschil naar opleidingsniveau.

In wijken met achterstand hadden meer inwoners contact met de praktijkondersteuner van de huisarts, thuiszorg, algemeen maatschappelijk werk en het sociaal team dan inwoners uit wijken zonder achterstand.

  1. Plaisier R, De Klerk M. Zicht op zorggebruik, Ontwikkelingen in het gebruik van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en verpleging tussen 2004 en 2011. Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Den Haag, januari
  2. Centraal Bureau voor de Statistiek. 65-plusser gezonder maar zwaarder dan 20 jaar geleden. [Online]. (bezocht op 27 juli 2017); Beschikbaar via URL: https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/10/65-plusser-gezonder-maar-zwaarder-dan-20-jaar-geleden.
  3. Klik hier voor meer informatie over de Gezondheidsenquête 2016.
Deel dit artikel
Print dit artikel
Abonneer je op de RSS feed
Download meerdere kernboodschappen en publicaties

Over dit onderwerp

In Nederland is een aantal ontwikkelingen zichtbaar: het aantal ouderen neemt toe en mensen leven langer, maar met meer chronische ziekten en aandoeningen.1,2 De verwachting is dan ook dat het contact met zorgverleners en het zorggebruik verder zal toenemen.